Elgin – Schotland

Ondanks dat sommigen van jullie misschien iets andere associaties hebben bij een groep mannen met witte puntmutsen, is de gemeenschap waar ik zit toch significant anders (zo significant dat SPSS ervan crasht). Ik heb in mijn tijd bij Pluscarden Abbey in Schotland misschien wel de meest gastvrije en vriendelijke gemeenschap ontmoet. Nu ik de aandacht van de lezer met een semi-humoristische inleiding heb getrokken (toegegeven, waarschijnlijk zal alleen mijn oma hier uit beleefdheid om lachen), zal ik me even kort voorstellen en in een waarschijnlijk incoherent verhaal vertellen over mijn ervaring in de abdij. Mijn naam is Berend van Groesen en ik ben momenteel bezig met mijn masteronderzoek in een abdij in de middle of nowhere in Schotland.

De veldwerkperiode duurt in totaal drie maanden, waarvan ik heb besloten om bij maar één gemeenschap te verblijven. Dit zijn de Benedictijnse monniken van Pluscarden Abbey geworden. Doordat de master maar 1 jaar duurt, zijn de cursussen en keuzes redelijk dicht op elkaar gepropt, waardoor ik minder dan een maand voor vertrek mijn vliegtickets pas heb geboekt. Ik zal heel eerlijk zeggen dat ik zelden zo erg heb opgekeken tegen iets wat eigenlijk een onvergetelijke ervaring belooft te worden. De reden dat ik deze abdij heb gekozen, is voornamelijk uit gemak, aangezien het vanwege eerder onderzoek makkelijk was om toegang te krijgen. Daarnaast had ik ook al wat voorkennis over Benedictijnen. Zoals velen misschien gemerkt hebben of zullen merken, kan de eerste keer in het veld best angstaanjagend zijn. Althans, dit gevoel had ik toen ik nog mijn derde leerproject in Nederland deed. Dit gevoel werd nog drie keer vermenigvuldigd door het feit dat ik in mijn eentje in het buitenland veldwerk ging doen. Bovendien beschouw ik mezelf als atheïst, wat je toch zou kunnen beschouwen als ‘afwijkend’ van de mensen om me heen. Een van de dingen die al heel veel scheelde, was de mentale steun die de medestudenten van de master aan elkaar gaven. Ondanks de negatievere gevoelens aan het begin van mijn avontuur, heb ik absoluut geen spijt van de keuze om hierheen te gaan. De mensen hier zijn enorm aardig en gastvrij en de omgeving is echt prachtig. Voor een sfeerimpressie van het klooster kun je hier klikken.

Dus wat doe ik nou op een dag hier? Dit kan heel erg verschillen per dag. Als het weer goed is (geen regen of sneeuw), werk ik meestal ongeveer 2,5 uur per dag in de tuinen, waar de gemeenschap een deel van hun eigen fruit, groente en honing produceert. Daarnaast probeer ik te helpen waar het nodig is, wat heel erg uiteenlopende dingen kunnen zijn. Zo help ik soms mee om wat boeken heen en weer te tillen, of het gastenhuis schoon te maken. Dit soort dingen worden meestal door een van de monniken gevraagd. Zo kwam Brother Finbar op een gegeven moment naar me toe om te vragen of ik zin had om naar Dundee te gaan (ongeveer 3 uur rijden door een prachtig nationaal park). Hij moest namelijk Brother Simon ophalen die terugkwam uit Polen, en als verantwoordelijken voor de bibliotheek moesten ze kijken of ze de boeken van de bisschop van Dunkeld wilden overnemen. Ondanks dat ik Finbar nooit gesproken had, bleek de autorit erg gezellig (vooral toen we erachter kwamen dat we allebei een heel groot fan van Tom Waits waren). Het lastigste was om niet te veel vragen voor mijn onderzoek te stellen, aangezien ik een groot deel van de informatie dan waarschijnlijk zou vergeten. Gelukkig was dit geen enkel probleem. Nadat we Simon hadden opgehaald, was het tijd om te lunchen met de bisschop. Ik verbaasde me enigszins over hoe luxe dit was. We kregen lunch in het huis van de bisschop opgediend aan een tafel die in het midden van een grote zaal stond. Vervolgens kreeg ik de opdracht van Finbar om boeken uit te kiezen die relevant waren voor mijn onderzoek. Hij was namelijk van plan om alvast wat boeken door te nemen voordat hij zou beslissen of hij de collectie over zou nemen. De boeken die ik had gekozen nam hij vooral mee zodat ik deze in ieder geval mee naar huis kon nemen als ik dat wilde.

berend2

berend3
Vooraanzicht van de abdij voor en na het ‘gevreesde’ Siberische weer

Degenen die me kennen zullen begrijpen dat ik makkelijk 20 pagina’s vol kan schrijven over de meest uiteenlopende (en vaak voor anderen ook oninteressante) dingen. Daarom zal ik nog maar een laatste onderwerp kiezen. Het lijkt me de meest logische keuze om het thema van de master zelf te kiezen; solidariteit.

 Er zijn een aantal andere gasten die zich soms verbazen over mijn eigen geloofsovertuiging, aangezien ze het niet zo snel verwachten. Vaak komen ze erachter door te vragen of ik rooms-katholiek of protestant ben. Op het moment is er ook iemand aanwezig die beweerde dat ik hier dan niet op de juiste plek was. Laat ik daarbij wel vermelden dat er in een discussie van 3 uur geen enkel onderwerp was waar we het over eens waren (en ik heb natuurlijk altijd gelijk). Buiten deze uitzondering, heb ik gemerkt dat het er in deze abdij niet toe doet wat iemands geloofsovertuiging is. Zoals Father Giles het uitlegde, is volgens hem iedereen geliefd door God, maar is het een keuze om die liefde ook te ontvangen. Als het gaat om solidariteit, is zegenen een van de dingen die deze gedachte uitten. Dit zegenen kan volgens een aantal monniken gezien worden als een manier om iemand de hulp van God toe te wensen in de vorm van bijvoorbeeld geluk of het herstellen van iemands ziel. Een van de eerste onderwerpen waar mensen (terecht) aan denken bij monniken, is bidden. Buiten de gezamenlijke gebeden (in totaal ongeveer 4,5 uur per dag), kan er ook tijdens dagelijkse activiteiten gebeden worden. Het maakt niet uit wat iemand aan het doen is, diegene kan altijd in gedachten bidden. Zo legde Giles dit uit als een ‘spirituele mp3-speler’. Waar de monniken voor bidden lijkt vooral een persoonlijke keuze, maar er wordt ook gebeden voor mensen die in onder andere armoede of oorlogsgebieden leven. Daarmee zou je kunnen stellen dat in ieder geval vanuit het perspectief van de gemeenschap, ze enorm veel tijd en moeite steken om anderen op een spirituele manier te steunen.

Om tot slot nog even in te gaan op de gastvrijheid, kan ik hier drie maanden lang verblijven en eten, zonder er ook maar één cent voor hoeven te betalen. De monniken bieden iedereen een kans om hier te verblijven. Zelfs als ze denken dat iemand het leven van de gasten of monniken kan verstoren, bieden ze een alternatieve mogelijkheid om buiten het gastenverblijf in caravans te slapen. Zo zitten er momenteel twee dakloze mensen in de caravans, die zonder kosten of bijdrage onderdak en eten krijgen. Het bijzondere aan deze gemeenschap vind ik dat zij hier niets voor terugvragen en ook hulp bieden aan mensen die er soms niet eens om vragen. Daarom vind ik dat deze gemeenschap een perfect voorbeeld toont voor onvoorwaardelijke solidariteit, en dat veel mensen hier veel van kunnen leren. Aangezien ik zonder goede reden toch met een lichtelijk zweverig en cliché levenslesje wil eindigen; zelfs als iemand in eerste instantie niet om hulp vraagt, kan het nooit kwaad om het aan te bieden. Of: een solidaire samenleving begint bij jezelf (ik kan niet echt kiezen welke uitspraak erger klinkt, maar ik meen de boodschap zelf wel, dus ik hoop dat je er wel wat mee doet).

P.S. Nee ik laat me niet bekeren, maar wel super originele opmerking.

P.P.S. Als je ergens vragen over hebt, kun je het altijd laten weten.

berend4
Tijdens een roadtrip naar Dundee met Brother Finbar en Brother Simon
berend5
Tijdens een wandeling in het bos naast de abdij